Vandaag was ik op het tweejaarlijkse congres van de Nederlandse Vereniging voor Demografie: De Nederlandse Demografiedag. Het was voor mij een bijzonder boeiende dag, waar een groot aantal presentaties voor mij (en velen anderen, natuurlijk) gehouden werd. Ik zal er waarschijnlijk de komende week nog wel over schrijven.

Degene die mijn eerste positieve verbazing veroorzaakte, was Jolande Sap. Ik kende haar al van de Groenlinks-congressen en de tijd dat zij zich kandidaat stelde voor de GL-fractie in de Tweede Kamer. In het Netwerk Chronisch zieken en Gehandicapten waar ik toen voorzitter van was werd zelfs flink over haar gesproken toen zij zich binnen Groenlinks in zette voor de positie van mensen met een handicap. Haar manier van spreken en denken over deze groep mensen sprak mij toen zeer aan.

Nu sprak zij het congres toe vanuit haar positie van voorzitter van LEEFtijd, een adviesbureau voor vraagstukken over leeftijd en levensloop. Allereerst stelde ze de stelling ter discussie dat de vergrijzing tot een onbetaalbare verzorgingsstaat leidt. Ze liet zien dat de toename van het percentage ouderen en mensen die zorg nodig hebben tot 2050 maar een beperkt deel van de gemaakte kosten voor hun rekening zullen nemen. Het is volgens haar vooral de toegenomen behoefte aan meer geavanceerde (technische) mogelijkheden in de zorg die de kosten omhoog stuwen. Hoewel ik de nauwkeurige cijfers en prognoses niet ken, ben ik het intuïtief met haar eens.

Het betoog van Jolande Sap ging niet alleen over geld en vergrijzing. Vooral een statement van haar heeft veel indruk op mij gemaakt. Ik had er werkelijk nog nooit aan gedacht, Het ging over de verhoging van de AOW-leeftijd. Zoals de meesten van ons wel zullen weten, is er een sterke tendens in de Nederlandse (en Europese) politiek om die leeftijd te verhogen. Meestal gaat de discussie die hierdoor ontstaat over de reeds opgedane rechten van werknemers die daardoor onder druk gesteld worden.

Hoewel dergelijke bezwaren voor mij zeker gewicht in de schaal leggen, bracht Jolande Sap een veel sterker bezwaar naar voren: de verhoging van de AOW-leeftijd verhoogt de sociaal-economische ongelijkheid! Omdat we weten dat mensen die sociaal-economisch goed af zijn (veel) langer leven dan mensen die het sociaal-economisch minder goed hebben, genieten hoog opgeleiden en mensen met een hoog inkomen veel langer van hun AOW. Wanneer de AOW-leeftijd omhoog geschroefd wordt met een voor iedereen gelijk aantal jaren, dan betekent dit dat voor de mensen met een lage sociaal-economische status in verhouding een groter deel van `hun’ AOW-tijd verdwijnt dan voor mensen met een hogere AOW-leeftijd.

Al met al een boeiende introductie op een even interessant congres. En Jolande Sap: die mag van mij best in de Tweede Kamer met zo’n verhaal!