Emancipatie: Lekkende pijpleiding allang gedicht!
Slechts weinig vrouwen zijn hoogleraar. Met die uitspraak wordt natuurlijk bedoeld: onder de hoogleraren zijn veel meer mannen dan vrouwen te vinden. Een week of twee geleden stond in het NRC Handelsblad een interview met Mineke Bosch onder de titel “Lekkende Pijplijn: bij elke carrièrestap in de wetenschap vallen vrouwen af”. Mineke Bosch was net benoemd tot hoogleraar `gender en diversiteit’ en hield een vurig pleidooi voor het nog altijd bestaan van ongelijke kansen voor vrouwen in de wetenschap ((Saillant detail is natuurlijk dat er slechts één man op `haar’ Centre for Gender and Diversity werkt.)).
De manier waarop haar standpunt onderbouwd werd, kwam op mij echter over als een weerlegging van haar standpunt: de lekkende pijpleiding is (voor vrouwen) juist grotendeels gedicht.
Haar verhaal werd namelijk geïllusteerd met behulp van een grafiek ((Helaas heb ik deze niet meer. Als iemand me er aan kan helpen, dan houd ik me aanbevolen)). Daarin werd op de ene as de stappen in een wetenschappelijke carrière getoond, van het VWO-diploma behalen, via de propedeuse, universitair diploma en promotie naar functies van universitair docent, universiteit hoofddocent en uiteindelijk hoogleraar. Op de andere as stond het percentage mannen en vrouwen dat op dit moment vertegenwoordigd zijn in de achtereenvolgende carrièrestappen.
Wat de grafiek duidelijk liet zien, is dat er in iedere achtereenvolgende carrièrestap in de wetenschap sprake is van een slechtere vertegenwoordiging van vrouwen. Waar nog meer dan de helft van de universitair afgestudeerden vrouw is, is ruimschoots meer dan de helft van de hoogleraren man. Inderdaad kun je dit interpreteren als een actueel probleem, maar niet als een lekkende pijpleiding!
Volgens de beeldspraak van Mineke Bosch vervoert de pijpleiding mensen die door hun wetenschappelijke carrière reizen. Door de tijd heen vallen steeds meer mensen af (ze verlaten de wetenschap) en volgens Bosch gebeurt dat nog altijd het meest voor vrouwen. En dat is waar haar argumentatie de mist in gaat, voor zover ze het baseert op de beschreven grafiek. Ze haalt de tijd namelijk grondig door elkaar, of in technische bewoordingen: ze laat na om periode- en cohort-effecten uit elkaar te halen. De grafiek laat weliswaar zien dat er nu weinig vertegenwoordiging van vrouwen is onder de hoogleraren, maar niet dat deze situatie er nog zal zijn als de huidige generatie studenten oud en geleerd genoeg is om in aanmerking te komen voor een hoogleraarschap. Er hoeven dus niet allerlei maatregelen genomen te worden!
Wat er namelijk wel te zien is, is dat er tegenwoordig vrouwen oververtegenwoordigd zijn in het wetenschappelijk onderwijs. Dat ze uit zullen stromen (de lekkende pijpleiding) is helemaal niet te zien in de figuur. Als we deze goed lezen, dan zien we juist de gevolgen van beleidsmaatregelen en emancipatie: naarmate we verder in de tijd terug kijken (het duurt langer om hoogleraar te worden dan om te promoveren), dan hebben die veranderingen minder kans gehad om invloed uit te oefenen op de relatieve positie van vrouwen. De grafiek laat dus een probleem uit het verleden zien en het succes van emancipatie en beleidsveranderingen. De lekkende pijpleiding van het wetenschappelijk onderzoek is voor vrouwen reeds gedicht.